1 mei 2020

Helden van de coronacrisis: ‘Bij ouderen blijf ik altijd net iets langer plakken’

Het coronavirus dwingt mensen massaal thuis te werken. Daarom creëren we werkplekken, trekken we kabels, voegen laptops en printers aan thuisnetwerken toe en plaatsen we webcams voor de videovergadering. Maar wat als ergens iets misgaat in de verbinding? Of de wifi wegvalt? Dan valt ineens alle communicatie weg, ligt de economie nog verder op zijn gat en kun je ook niet meer skypen, facetimen of videobellen met oma. 

Gezim Kelmendi (30), monteur bij VodafoneZiggo, legt wekelijks honderden kilometers af om eventuele kinken in de kabel zo snel mogelijk op te lossen. Al voor de komst van Covid-19 was hij een bezig baasje, belast met zowel storingen bij mensen thuis als in nabijgelegen kabels of transformatorkasten. Maar toen kwam hij ook langs bij klanten met niet-urgente storingen. Bijvoorbeeld wanneer Netflix alsmaar haperde. Die ritjes zijn er sinds de verscherpte coronamaatregelen tussenuit gehaald. Sterker, monteurs gaan enkel nog op pad wanneer er écht iets goed mis is. ‘Denk aan mensen die helemaal geen toegang tot internet, telefonie of televisie meer hebben. En hoe ik aan de deur kom, is de afgelopen weken ook flink veranderd. Áls ik überhaupt al tot de deurklink kom.’

Eerst vanuit auto bellen

‘Ik rijd nog wel naar de klant, maar eenmaal daar bel ik vanuit de auto’, zegt Kelmendi. ‘Eerst om te kijken of we een en ander alsnog telefonisch of via videobellen kunnen oplossen. Desnoods leg ik een nieuwe modem of wifi-versterker voor de deur en praat ik mensen door de installatieprocedure heen.’ Lukt dat niet, dan komt hij alsnog zelf poolshoogte nemen. Maar dan wel volgens de geldende richtlijnen van het RIVM. Dat betekent voor nu: geen handen schudden bij aankomst en vertrek, vriendelijke aangeboden kopjes koffie weigeren en nieuwsgierige klanten er nogmaals op wijzen minimaal 1,5 meter afstand te houden.

Vereenzaamde ouderen

Leuk vindt Kelmendi dat niet. Vooral niet wanneer hij over de vloer komt bij overduidelijk vereenzaamde ouderen. Mensen wier leven al gauw een stuk kleurlozer wordt zónder radio en televisie. Bij hen blijft hij dan ook vaak net iets langer hangen dan noodzakelijk, op een bank net een paar zitjes verder. ‘Om hen op z’n minst het gevoel te geven dat ik er niet alleen ben voor reparatiewerk. Maar ook om het even over het weer, de huidige situatie of over wat dan ook te babbelen. Mensen waarderen dat oprechte één-op-één contact enorm.’

Dit interview verscheen in het aprilnummer van Mijn Vakbond.

Tekst: Ilja Post