11 mei 2020

Helden van de coronacrisis: ‘Nederland mag geen tweede Napels worden’

Stinkende straten door bergen onafgehaald huisvuil. Als het aan vuilnisman Cleo Manni (51) ligt, blijven dergelijke doemscenario’s ons voorlopig bespaard. ‘Nederland mag geen tweede Napels worden’, refereert hij aan de Italiaanse stad die jarenlang leed onder een grote vuilniscrisis. En dus halen hij en zijn collega’s van Reinis reiniging en afvalinzameling vooralsnog gewoon het afval op, woekerend virus of niet.

Tekst: Ilja Post

Voor de vuilnisman is het grotendeels business as usual. Doordeweeks rijdt hij rond om zwerfvuil op te pikken – vaak rommel dat bij de ondergrondse containers is gezet – en om minicontainers en prullenbakken te legen. Al zijn er zeker verschillen met de periode vóór de coronacrisis. Van collega’s weet hij bijvoorbeeld dat het bij het milieupark in de gemeente Nissewaard nog altijd extreem druk is. ‘Blijkbaar gaan veel inwoners aan de slag om hun schuur, zolder of tuin op te ruimen. Staan ze bumper aan bumper achter de slagbomen om allerlei grofvuil, groenafval en oude schuttingdelen in te leveren.’

Veel mondkapjes tussen afval

De prullenbakken die hij op zijn eigen routes aandoet, zijn dan weer een stuk leger. Vooral die in de buurt van scholen en bushaltes. ‘Logisch, door corona is het nu een stuk rustiger op straat. Maar ik merk het wel aan het  bijplaatsen van afval bij de minicontainers dat veel mensen nu thuis zijn. Ook opvallend: daar zitten momenteel veel latex handschoenen, mondkapjes en zakdoeken tussen.’ Allemaal mogelijke infectiehaarden, weet Manni als geen ander. Daarom raakt hij niets aan zonder zijn handschoenen. Daarnaast krijgt hij van zijn werkgevers standaard een flesje desinfectans mee. Onder meer om na zijn dienst het stuur en alle bedieningsknopjes van zijn wagen mee af te nemen.

Veiligheid boven alles

Om mogelijke besmetting te voorkomen is tijdelijk ook de kantine gesloten. Daarom drinken ze bij Reinis weer ouderwetse filterkoffie, gezet door een gehandschoende medewerker en ingeschonken in kartonnen  wegwerpbekers. Daarna moeten ze direct naar de dienstauto’s en aan het einde van de dag meteen naar huis. ‘Erg gezellig is dat niet’, erkent Manni, tevens voorzitter van de OR, ‘maar veiligheid boven alles. Toen collega’s
op de perswagen, die normaal gesproken met z’n drieën dezelfde cabine delen van en naar hun afvalroute, daarover naar hem hun zorgen uitten, reageerde de baas meteen. Hun roosters zijn nu zo aangepast dat beladers zoveel mogelijk worden opgepikt in de wijk waar ze ook wonen, zodat ze feitelijk alleen maar achterop hoeven te springen, de ene veilig links, de ander rechts.’