CAO

Welke CAO’s sluit CNV af?

De collectieve belangenbehartiging (opkomen voor de gezamenlijke belangen van werknemers) is een belangrijk onderdeel van het werk van een vakbond.
CNV Overheid, CNV Publieke Diensten en CNV Zorg & Welzijn sluiten tientallen CAO’s af voor wie werkt in de zorg, welzijn en bij de (geprivatiseerde) overheid.
Bijvoorbeeld de CAO’s voor Defensie, Ziekenhuizen, Kinderopvang, Postkantoren en Universiteiten.

De CAO’s voor CNV Publieke Diensten kun je vinden onder “Jouw werk” in het hoofdmenu.

Wat is het verschil met een sociaal plan?

Een sociaal plan wordt afgesloten in verband met bijvoorbeeld een reorganisatie van een bedrijf of sector en ziet toe op de gevolgen van deze reorganisatie voor het personeel. Het sociaal plan heeft
dezelfde juridische status als de CAO. Het valt onder de definitie van het begrip collectieve arbeidsovereenkomst uit artikel 1 van de Wet CAO. Je zou het een bijzondere CAO kunnen noemen voor een bijzondere situatie (de reorganisatie). Soms wordt gesproken van een sociaal beleidskader.

Wat betekent een overeenstemmingsvereiste van de CAO?

Waar in het bedrijfsleven en Zorg & Welzijn een werkgever met desnoods één bond een CAO kan sluiten, moet in de overheidssectoren overeenstemming worden bereikt met een meerderheid van de aanwezige partijen, te weten de werkgever en minimaal twee van de vier vakcentrales van de bonden.

Hoe komt de CAO-inzet tot stand?

Het vertrekpunt van de CAO-inzet ligt in het arbeidsvoorwaardenbeleid van CNV Publieke Zaak. De conceptversie van de inzetbrief wordt opgesteld door de vakbondsbestuurder en vastgesteld door de leden voor wie de CAO gaat gelden. Hiervoor staan verschillende wegen open, via de website, per e-mail, schriftelijk of in een (regionale) bijeenkomst. In veel CAO’s is het de gewoonte als bonden met een gezamenlijke inzet komen op basis van de inzetbrieven. Een gezamenlijke inzet kan namelijk de positie van de bonden ten opzichte van de werkgever verstevigen. Zo is dit bijvoorbeeld een gewoonte voor de Rijkssector, Gemeenten, Jeugdzorg, Welzijn en in de VVT.

Wat houdt Algemeen Verbindend Verklaring van een cao in?

Het is zowel voor een vakbond als een werkgeversorganisatie mogelijk om voor een afgesloten cao algemeen verbindend verklaring (AVV) aan te vragen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Meestal gebeurt dat gezamenlijk. Het ministerie gaat dan bekijken welke bedrijven vallen onder de werkingsfeer van de desbetreffende cao. Ook wordt bekeken of partijen spreken namens 2/3 van deze groep (om zo te bezien of het wel representatief is). Als een cao algemeen verbindend wordt verklaard, dan dienen alle onder de werkingsfeer vallende werkgevers zich te houden aan de desbetreffende cao. Dit biedt werknemers bescherming en daarom is het zogenaamde AVV’en van groot belang.

Mijn werkgever heeft een Sociaal plan met de OR afgesloten en de vakbonden hierbij niet betrokken.

Ja, dat is mogelijk. Een sociaal plan dat alleen met de OR is afgesloten is bindend voor de werkgever, maar niet voor de werknemer.  Een sociaal plan dat met de vakbonden is afgesloten, is voor de leden van de betreffende vakbonden wel bindend. Als een medewerker waarvan de werkgever slechts met de OR een sociaal plan heeft gesloten naar de rechter gaat, zal deze overigens niet zonder meer altijd in het gelijk worden gesteld. De rechter kan bepalen dat de afspraken in het sociaal plan redelijk zijn of niet.

Mijn werkgever volgt in zijn arbeidsvoorwaardenregeling voor een groot gedeelte de CAO Welzijn. In deze CAO en ook in onze arbeidsvoorwaardenregeling en arbeidsovereenkomsten staat dat de opzegtermijn voor de werkgever en werknemer beiden twee maanden zijn. Hiermee wijkt mijn werkgever af van de wet. Mag dit?

Dit mag alleen als het bedrijf van uw werkgever officieel onder de CAO valt. In uw geval is hier waarschijnlijk geen sprake van. Als uw werkgever onder de CAO Welzijn valt, mag zij er namelijk niet voor kiezen om slechts een gedeelte van de CAO toe te passen.  Dit zal dus eerst moeten worden onderzocht. Indien blijkt dat ze wel onder de CAO vallen, dient volledige naleving van de CAO te worden afgedwongen. Indien inderdaad blijkt dat het bedrijf waar u werkt niet onder de CAO welzijn valt, kan er met betrekking tot de opzegtermijnen niet worden afgeweken van de wet.  In artikel 672 lid 2 van het arbeidsrecht staan de wettelijke termijnen voor opzegging genoemd, die afhankelijk zijn van het aantal dienstjaren. In artikel 672 lid 6 staat dat hier via een schriftelijke overeenkomst van mag worden afgeweken. Echter mag de termijn van opzegging door de werkgever niet korter zijn dan het dubbele van de opzegtermijn van de werknemer. Slechts per CAO of door het bezoegd bestuursorgaan (overheidsinstantie) mag van dit laatste worden afgeweken. Een werkgever die geen bestuursorgaan is en niet onder een CAO valt, moet dus indien in de arbeidsovereenkomst voor de werknemer een opzegtermijn van 2 maanden is afgesproken, voor zichzelf een opzegtermijn van 4 maanden hanteren.

Hoe lang mag mijn proeftijd zijn?

Een proeftijd mag in principe één maand duren. Alleen als u een vast contract hebt of een contract voor twee jaar of langer mag de proeftijd twee maanden zijn.

Hoe kom ik aan mijn CAO?

Veelal is in de CAO bepaald dat uw werkgever verplicht is om u een exemplaar te verstrekken. Er dient altijd een exemplaar ter inzage te liggen bij personeelszaken.

Waarvoor geldt een CAO?

CAO’s worden gesloten voor een onderneming (ondernemings-CAO) of groep van ondernemingen (bedrijfstak-CAO’s). In het laatste geval moeten de bepalingen die voor iedereen gelden door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid algemeen verbindend (AVV) worden verklaard. Daarmee worden de CAO-bepalingen algemeen geldend recht.

Wat is een CAO?

Een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) is een verzameling afspraken tussen werkgevers en vertegenwoordigers van de werknemers, de vakbonden. De CAO is een aanvulling op de individuele arbeidsovereenkomst die een werkgever en zijn werknemer met elkaar sluiten. In een CAO worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt over het salaris, scholing, personeelsbeleid, verlofregelingen en andere arbeidsvoorwaarden.

CNV, GreenPeace, FNV en Milieudefensie en Greencrowd maken zich zorgen over een eventuele verkoop van Eneco, vanwege de maatschappelijke belangen die mogelijk in het geding zijn.

Eneco draagt bij aan publieke belangen op gemeentelijk nationaal en internationaal niveau. Dit vereist een zorgvuldig proces om ook in de toekomst tot een goede aandeelhoudersbasis te komen. Immers: aandeelhouderschap is bepalend. Wet- en regelgeving dekken de maatschappelijke belangen maar ten dele af. Het feit dat er binnen dezelfde markt en wetgeving, toch grote verschillen zijn tussen energiebedrijven in hun wijze van (maatschappelijk) opereren, toont het belang van aandeelhouderschap.

Gemeentelijk publiek belang:

  • In de eerste plaats ontvangen gemeenten een goed dividend waardoor aandeelhouderschap ook een redelijk rendement geeft.
  • Daarnaast borgt en stuurt gemeentelijk aandeelhouderschap gemeentelijke energiebelangen. Een voorbeeld is de warmte-infrastructuur en -levering in een groot aantal aandeelhoudende gemeenten.
  • Lokale werkgelegenheid: van de 3.500 werknemers werkt circa 75% in aandeelhoudende gemeenten.
  • Actieve partner in de lokale energietransitie. Waar gewenst draagt Eneco in aandeelhoudende gemeenten actief bij aan de energietransitie.

Nationaal publieke belang:

  • Hoofdkantoor in Nederland, inclusief alle functies.
  • Aanspreekbare partner in de energietransitie. Eneco is het enige grote energiebedrijf dat nog in Nederlandse handen is, met een hoofdkantoor in Nederland en speelt een aanjagersrol voor de Nederlandse energie transitie.
  • Focus op NL bij investeringen in een CO2 arme energievoorziening (€ 300 mln p.j.).
  • Eneco heeft 1100 MW aan duurzame opwekcapaciteit (NL, BE, UK, en Fr) en is nu de grootste producent van duurzame energie in Nederland (800 MW). Eneco is goed voor een derde van al het opgestelde windvermogen in NL.
  • Als eerste Nederlands bedrijf heeft het zich vorig jaar vastgelegd om in de hele keten binnen de doelen van het Parijse klimaatakkoord te blijven.
  • Eneco is de grootste leverancier van stadswarmte en draagt actief bij aan de verdere ontwikkeling van een duurzame warmtevoorziening, hard nodig gezien het kabinetsbeleid om aardgas uit te faseren.
  • Werkgelegenheid in Nederland. Het bedrijf biedt werk aan circa 3500 werknemers, waarvan circa 85% in Nederland.
  • Eneco heeft een marktaandeel van 24% op de Nederlandse markt (aantallen klanten) en verzorgt (op een duurzame wijze) zo een groot deel van de Nederlandse energievoorziening. Door de omvang van deze levering is een eventueel omvallen van een bedrijf ter  grootte van Eneco een acuut probleem voor de hele sector.
  • Functies in balancering vraag/ aanbod zijn vitaal voor energiesysteem. Eneco zorgt voor een stabiel energiesysteem door via ICT, decentrale vraag en decentraler wordend aanbod met elkaar in balans te brengen (zie onder).

CNV, GreenPeace, FNV en Milieudefensie vragen:

Van de aandeelhouders vragen wij:

Om te zorgen voor een goede toekomstige aandeelhoudersbasis.

  • Voortzetting van het gemeentelijke publieke aandeelhouderschap is dan een goede optie.
  • Indien deze niet wordt voortgezet,  zijn er andere aandeelhouders denkbaar die het voortzetten van de duurzame strategie zullen steunen. We vragen dan om verkoop aan – net als nu – een aantal aandeelhouders die met elkaar de duurzame strategie en continuïteit van de onderneming garanderen. Mogelijk een combinatie van gemeentelijke aandeelhouders, coöperaties, geselecteerde fondsen met een deel markt inclusief beursgang.
  • Een veiling met één partij als winnende bieder en daarmee allesbepalende aandeelhouder is minder gewenst. Indien toch, dan dienen er voorafgaand aan de veiling eisen te gelden opdat enkel partijen met duurzame track record en lange termijn visie kunnen bieden. Voorts dient beoordeling van de biedingen op basis van gekwantificeerde voorwaarden te gebeuren; met naast de prijs ook een score op basis van maatschappelijke waarden.

Van de landelijke politiek vragen wij:

Van de landelijke politiek vragen we steun om een ongewenste overname te voorkomen.
Met aanvullende wetgeving te komen ter voorkoming van ongewenste overnames voor ook energiebedrijven (na voorbeeld van de telecom-sector). Een aardig voorbeeld is recent Duitsland dat nu overnames van buiten de EU aan een toets onderwerpt. De wetgeving zou ook overnames van binnen de EU moeten uitsluiten die het systeem (breder dan leveringszekerheid) in gevaar brengen.
En door naar gemeenten het signaal te geven om in afwachting van aanvullende regelgeving, terughoudend/voorzichtig te zijn met verkoop om een ongewenste overname te voorkomen.

 

Waarom is de vraag over verkoop nu precies aan de orde?

Op 1 februari 2017 is de holding Eneco gesplitst in een netwerkbedrijf (Stedin) en een energiebedrijf (Eneco Groep). Stedin moet conform de wet in handen blijven van publieke (in dit geval gemeentelijke) aandeelhouders. Eneco groep mag verkocht worden. De aandeelhouderscommissie van Eneco heeft vrij snel na splitsing en proces in gang gezet om de aandeelhouders te vragen of ze de aandelen willen behouden of afbouwen. De AHC gaf een termijn tot 31 oktober aan de aandeelhouders om dit te beantwoorden. Alle huidige 53 gemeenten hebben aangegeven of ze voor of tegen behoud van de aandelen zijn.

Is er wat mis met deze consultatie onder aandeelhouders?

Met een consultatie is op zich niks mis. FNV, CNV, GreenPeace en Milieudefensie vrezen wel een verkoop aan één hoogst biedende partij, zonder voorwaarden. Dit kan ook een fossiel bedrijf zijn dat de duurzame koers beëindigd. Het kan een private equity fund zijn, een zogenaamde assetstripper, die het kapitaal uit de onderneming trekt, en het bedrijf in onderdelen verkoopt. Er is sowieso een grote kans dat het laatste Nederlandse energiebedrijf in buitenlandse handen komt en – ongeacht de koers – veel functies zal verliezen en gereduceerd wordt tot enkel een marketing afdeling van een grote buitenlandse onderneming.

De consultatie en het daartoe opgestelde consultatiedocument van de aandeelhouderscommissie biedt nauwelijks voorwaarden om het bovenstaande scenario te voorkomen en lijkt af te stevenen op een verkoop met financiële opbrengst maximalisatie als leidend principe.

Bij al deze scenario’s komt de duurzame koers, werkgelegenheid, aanspreekbaarheid van een onderneming in het geding.

Hoe staat de consultatie er nu voor en wat betekent dat?

Op dit moment hebben alle gemeentebesturen hun keuze gemaakt. Het merendeel van de aandeelhouders volgde de grote aandeelhouder Rotterdam in de keuze voor afbouw van het aandeelhouderschap. Maar we zien ook dat er maatschappelijk veel weerstand is. Een aantal  gemeenteraden heeft actief besloten om aanvullende eisen aan verkoop te stellen en aan de AHC mee te geven dan enkel duurzame partijen in aanmerking komen. Een aantal raden heeft besloten om voor behoud te kiezen, waaronder de gemeenteraad van de één na grootste aandeelhouder: Den Haag. Daarmee kiest 25,45% voor behoud en nog eens 5-10% voor aanvullende eisen. Daardoor is een klakkeloze verkoop aan een bedrijf dat Eneco zal willen integreren in een groter bedrijf (zoals bij NUON en Essent gebeurd is) niet meer aan de orde. Ook zullen ‘asset strippers’ terugdeinzen voor een situatie met een groot blok (publieke) aandeelhouders inclusief hun wettelijke en statutaire bescherming. Een nieuwe eigenaar heeft namelijk minimaal 75% van de aandelen nodig om de statuten te kunnen wijzigen en daarmee volledige zeggenschap over Eneco te krijgen. Maar 25,45% van de aandeelhouders geeft nu aan de aandelen te willen behouden. Dat is goed nieuws! Het is nu zaak te zorgen dat een flink blok goed georganiseerde publieke aandeelhouders die voor behoud kozen samen met de ‘afbouwende’ aandeelhouders tot een goed plan voor verandering van het aandeelhouderschap komen.

Maar andere energiebedrijven zijn toch gewoon in handen van marktpartijen? Waarom Eneco dan niet?

We stellen zeker niet dat Eneco koste wat het kost in publieke handen moet blijven, maar stellen wel eisen aan de toekomstige aandeelhoudersbasis. Overigens zijn de grote bedrijven in Nederland vooral buitenlands en daar in handen van overheden:

  • Engie: 32% Franse staat, 56% institutionele beleggers, 12% rest privaat inclusief ca. 3% werknemers.
  • RWE: 20% privaat (enkele fondsen en kleine beleggers), 15% gemeentelijk fonds, 25% gemeenten, 40% institutionele beleggers, 1% werknemers
  • EDF: 85% Franse staat, 10% institutionele beleggers, 5% werknemers, private investeerders.
  • DONG: 50,4% Deense staat; rest bij een veelvoud aan private aandeelhouders
  • Vattenfall: 100% eigendom van de Zweedse staat.

Publieke belangen als duurzaamheid worden toch via wet- en regelgeving gestimuleerd?

Wettelijke regelingen en subsidieschema’s zijn beperkt: ze zijn vaak verouderd, niet dwingend en laten ruimte voor andere keuzes.

Dit is dan ook de reden voor overheden om tal van andere bedrijven in eigendom te houden, zoals de NS, Schiphol, nationale en regionale netbeheerders, afvalverwerkers.

Dat aandeelhouderschap een bepalende factor is, is wel geïllustreerd met de overnames van NUON en Essent. Waar dit bovenstaande geldt voor Eneco, zien we helaas een contrast met de in 2009 verkochte bedrijven NUON en Essent. Hun personeelsbestand is geslonken, de investeringen in duurzaam zijn de laatste jaren zeer laag (focus ligt op andere landen). Hoogwaardige functies zoals een hoofkantoor, de handelsvloer en uitgebreide innovatie zijn verdwenen.

 

Aandeelhouders hebben toch nauwelijks zeggenschap over Eneco

Als met “gebrek aan zeggenschap” bedoeld wordt dat aandeelhouders niet de dagelijkse beslissingen binnen de onderneming nemen, dan klopt dat: dat is immers de taak van het bestuur en ligt niet in het domein van aandeelhouders. Eneco verschilt hierin niet van andere grote ondernemingen. Er is vaak een aparte toezichthouder, de Raad van Commissarissen (RvC), ingesteld om toe te zien op het beleid van het bestuur. De aandeelhouders van Eneco hebben ook andere zeggenschapsrechten:

  • Benoeming en ontslag van commissarissen; waarbij  overleg plaatsvindt tussen Eneco en de AHC (aandeelhouderscommissie) over kandidaten voor de RvC.
  • Dat overleg wordt eveneens gevoerd als er nieuwe bestuurders (RvB) worden benoemd.
  • Beslissen over besluiten de aard van de onderneming zouden wijzigen (inclusief grote investeringen). Daar hebben aandeelhouders uiteindelijk het laatste woord over.
  • Andere grote investeringen worden vooraf besproken met de AHC.
  • Benoemen van de accountant, vaststellen van de jaarrekening en beslissen over de bestemming van de winst  inclusief dividend.
  • Onderwerpen ter bespreking of voor stemming op de aandeelhoudersvergadering.
  • Recht op informatie/toelichting van het bestuur op zaken in de aandeelhoudersvergadering.
  • Bespreken strategie, waarbij de aandeelhouders ook adviezen/suggesties kunnen doen.
  • Vaststellen van het beloningsbeleid (oa RvB).

De bovengenoemde invloed kan heel ver strekken, en er zelfs toe leiden dat een bedrijf wordt omgevormd, ook ten nadele van het bedrijf en (overige) stakeholders. Zie de voorbeelden bij andere bedrijven na overname. Deze invloed van de aandeelhouders, die mogelijk ten koste gaat van de continuïteit en stabiliteit van de onderneming, vormt voor de overheid juist vaak aanleiding om een aandeelhoudersrol op te pakken, ter bescherming van bepaalde maatschappelijke belangen in aanvulling op wetgeving; zie bijvoorbeeld netbeheerders, NS, Schiphol, vervoersbedrijven en KPN. En vanwege deze aandeelhoudersmacht is Eneco actief betrokken en heeft ze een belang in wie de toekomstige aandeelhouders zullen zijn.

De publieke belangen zijn bij verkoop toch voldoende geborgd? Zie hoofdstuk 12 van het consultatiedocument.

Nee. De criteria zijn mooi geformuleerd, maar niet scherp, niet gekwantificeerd en worden enkel achteraf ingezet om “mee te wegen”. Het sluit dus geen bedrijf echt uit. Het consultatiedocument spreekt ook over meewegen. Dat betekent dat criteria over het warmtebedrijf (niet doorverkopen, etc.) of duurzaamheid enkel een streven zijn.

NRC Handelsblad (30 september 2017), interview Adriaan Visser

We worden geacht een goede, niet een maximale opbrengst op te halen en duidelijke voorwaarden te stellen rond de duurzame strategie. We mogen niet allerlei barrières opwerpen en zeggen dat de prijs ons niet interesseert. Het moet een marktconforme prijs zijn. En wat die voorwaarden betreft, het eerlijke antwoord is dat je niet kan garanderen of daar uiteindelijk aan wordt voldaan.

Brief van vz. AHC, als reactie op vragen CNV, FNV, Greenpeace en Milieudefensie.
Alle opties openhouden, dat is wat de gemeente Rotterdam vooral wil rond het verkoopbesluit van de aandelen Eneco. Dat blijkt uit een antwoordbrief van wethouder Adriaan Visser aan CNV, FNV, Greenpeace en Milieudefensie.

In deze brief:

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}